Onze politiek heeft bruggenbouwers nodig, geen winner-takes-all
- Brent Usewils

- 21 mei
- 4 minuten om te lezen
Twee weken geleden waren er lokale verkiezingen in Engeland. Het werd de bevestiging van een politieke aardverschuiving die de peilingen al eerder voorspelden. Het tweepartijenstelsel lijkt helemaal dood en begraven: Labour ging overal fors onderuit, terwijl de Conservatives zich konden optrekken aan het feit dat iedereen dacht dat ze het nog slechter zouden doen. De Engelsen kozen massaal voor de populisten. Alleen de Liberal Democrats boden nog een gematigd alternatief. Maar als je dieper in de resultaten duikt, dan dringt met het einde van de dominantie van twee partijen ook wel een breder debat zich op: moet first-past-the-post op de schop?

Neem nu de gemeenteraad van Milton Keynes. Zoals alle lokale verkiezingen in Engeland worden de gemeenteraadsleden verkozen in kleine kiesdistricten. Kiezers mogen stemmen op evenveel kandidaten als er zetels te verdelen zijn in hun district (meestal 1, 2 of 3) waarna simpelweg de kandidaten met de meeste stemmen verkozen zijn. De grootste partij in stemmenaantal haalde 24%, maar eindigde slechts als vierde partij met 9 zetels, terwijl de vierde grootste partij met slechts 19% de grootste werd met 20 zetels. Dat heeft natuurlijk te maken met de sterkere concentratie van de kiezers van die kleinere partij in slechts enkele kiesdistricten, maar toch voelt dat oneerlijk aan. Helemaal gek werd het in Richmond upon Thames, waar één partij gewoon alle zetels veroverde, door in elk kiesdistrict als eerste uit de bus te komen. Daardoor wordt bijna de helft van de kiezers door niemand vertegenwoordigd in de gemeenteraad.
Een zuiver meerderheidsstelsel kan dus tot scheefgetrokken vertegenwoordiging leiden. Grote groepen kiezers worden niet meer gehoord en de oppositie verdwijnt uit het debat. Maar een gezonde democratie leeft net van verschillende politieke visies en controle op zij die besturen door een sterke oppositie. Liberalen horen bovendien altijd wantrouwig te zijn tegenover geconcentreerde macht, ook wanneer die democratisch verkozen is. Als een kiessysteem één partij disproportioneel veel macht geeft, dreigt de “tirannie van de meerderheid” waar filosoof Alexis de Tocqueville voor waarschuwde.
De verleiding van de sterke meerderheid
Ook in België laait het debat over ons kiesstelsel geregeld opnieuw op. Kamervoorzitter Peter De Roover stelde recent nog dat vijftig sterke parlementsleden zouden volstaan voor ons land, terwijl anderen dromen van kleinere kieskringen en een meerderheidslogica naar Brits model. Die reflex is ergens begrijpelijk. Onze politiek verkeert immers in een bijzonder slechte staat. Waar coalities vroeger nog moeilijke compromissen sloten om vervolgens gezamenlijk beleid te verdedigen, lijken meerderheidspartijen vandaag vooral bezig met publiekelijk ruziemaken. Politici communiceren permanent alsof de volgende verkiezingen morgen plaatsvinden. Het vertrouwen van burgers brokkelt verder af en de verleiding neemt toe om dan maar te besluiten dat consensusdemocratie simpelweg niet meer werkt.
Maar is de conclusie dan echt dat we kunstmatige meerderheden moeten creëren? Dat we een systeem moeten invoeren waarbij één politieke stroming disproportioneel veel macht krijgt, zodat men eindelijk “kan doorpakken”? In een land als België, met verschillende ideologische, regionale en culturele gevoeligheden, hoort beleid net gedragen te worden door brede meerderheden. Een meerderheidsstelsel zoals de N-VA dat voorstelt, de facto vaak een tweepartijenstelsel, dreigt dan al snel een excuus te worden om niet langer rekening te moeten houden met alle Belgen.
Ook onder liberalen wordt nagedacht over alternatieven. Frédéric De Gucht stelde een combinatie voor van 100 kleinere first-past-the-post-kiesdistricten in combinatie met een federale kieskring van 20 verkozenen. Dat idee vertrekt vanuit een juiste analyse. Vandaag is de band tussen kiezer en verkozene vaak veel te zwak geworden. Grote provinciale kieslijsten produceren anonieme parlementsleden, die verworden tot stemmachines van de politieke partijen. Die kleinere kieskringen zorgen voor parlementsleden met een eigen mandaat, terwijl een federale kieskring partijen ook verplicht om over de taalgrens heen een nationaal verhaal te brengen.
Een alternatief op maat van België
Het kan ook écht anders. Niet door minder stemmen te laten meetellen, maar door onze parlementen opnieuw sterker, vrijer en representatiever te maken. Politiek moet opnieuw ten dienste staan van de burger en minder ten dienste van politieke partijen en hun electorale belangen. Daarom pleit ik voor een Kamer van volksvertegenwoordigers bestaande uit lokale volksvertegenwoordigers, verkozen via ranked choice voting in kleine kiesdistricten, aangevuld met verkozenen in een proportionele federale kieskring.
Ranked choice voting is eenvoudig voor de kiezer: in plaats van één bolletje te kleuren, rangschik je kandidaten volgens voorkeur door een cijfer bij de kandidaten te plaatsen. Als bij het tellen niemand meteen 50% van de stemmen haalt, valt de kandidaat met de minste eerste voorkeurstemmen af. De stemmen van die kandidaat gaan dan naar de tweede voorkeur van die kiezers. Dat proces gaat door tot één kandidaat een echte meerderheid achter zich krijgt. Het grote voordeel is dat kiezers zonder schrik hun eerste voorkeur kunnen aanduiden, ook als die kandidaat minder kans maakt, omdat hun stem daarna nog kan doorstromen naar de volgende keuze. Tegelijk worden kandidaten verplicht om breder draagvlak te zoeken. Wie verkozen wil raken, moet niet alleen de eigen harde kern mobiliseren, maar ook aanvaardbaar zijn voor kiezers buiten de eigen bubbel.
De federale kieskring geeft de verkiezingen bovendien opnieuw een echt nationaal karakter. Het is de plaats waar premierskandidaten rechtstreeks tegenover elkaar kunnen staan en waar kiezers zich kunnen uitspreken over de richting van het land. Tegelijk biedt ze ruimte aan vakexperten met kennis over een sector, beroepsgroep of maatschappelijk thema. Via de federale zetels kunnen we ervoor zorgen dat de totale samenstelling van de Kamer zo proportioneel mogelijk blijft, waarbij we ook de niet-gebruikte stemmen uit de lokale kiesdistricten compenseren.
België wordt binnen enkele jaren tweehonderd jaar oud. Laat ons tegen die verjaardag eindelijk een kiesstelsel bouwen dat mensen niet verder uit elkaar duwt, maar politici verplicht om bruggen te bouwen.

Opmerkingen